HomeNieuwsReanimeer de vrije meningsuiting, geef ons het recht om te beledigen
25
aug
2017

Reanimeer de vrije meningsuiting, geef ons het recht om te beledigen

Het is menselijk: we laten ons graag omringen met gelijkgestemden, die ons bevestiging geven van de eigen maatschappijvisie. Maar de digitale generatie - mijn generatie - heeft moeite om die eigen ideeën in vraag te stellen. Want anno 2017 debatteren mensen niet langer met elkaar: we discussiëren met ons computerscherm.

Die ontmenselijking van het debat heeft harde gevolgen, zoals ook Bart Eeckhout deze week opmerkte in een tweet. De andersdenkende is niet langer een kennis die je in de ogen kijkt, maar een onzichtbare tegenstander die moet worden neergehaald. Discussie dient nog zelden om te leren, soms om te overtuigen en in extremis om de tegenstander te ontmaskeren als slecht mens. Erkennen van eigen fouten geldt niet als leerkans, maar als beschamende nederlaag. Je ziet het in alle politieke hoeken en de schrijver dezes heeft zich er ook al op betrapt.

De nieuwsgierige lezer kan deze tendensen in hun radicaalste vorm aanschouwen op Twitter. De helft van politiek tweetend Vlaanderen zit te wachten tot iemand uit de andere helft een halve misstap begaat, klaar om die te pakken op zijn woorden. Te veel tweets hebben als doel om de ideologische vijanden te kloten. De hemelsblauwe vogeltjes van weleer zijn overvleugeld door lonkende vleermuizen.

In deze loopgravenoorlog is bovendien een nieuw wapen verschenen. Het rationele argument geeft terrein prijs aan de verontwaardiging. Stellingen die vroeger klonken als 'Ik denk A omdat Y' nemen nu de gedaante aan van 'Jij zegt B en dat is beledigend'. In de plaats van de ratio treden taboes tegen onvertrouwde en tegengestelde ideeën. Verontwaardiging geldt als voldoende motief om de tegenstander en zijn opinie af te wijzen en ontslaat de verontwaardigde van de nood om een rationeel tegenargument op te werpen. Die verontwaardigingscultuur woekert vooral ter linkerzijde, waar men gerugsteund wordt door politieke correctheid. Hoe groter de overtuiging van het eigen morele overwicht, des te groter is de verontwaardiging over andere en dus verfoeilijke meningen. De grootste verontwaardigden zijn niet toevallig admiraals van linkse surfers.

NOG MEER AGRESSIE

Dit beperkt het speelveld van het publieke debat: sommige meningen mógen niet geuit worden. Dat wordt nog erger wanneer het geïnstitutionaliseerd wordt. Hoe nobel de doelstellingen ook, wetten die racistische meningen bestraffen, slaan de bal mis. Door meteen over te gaan tot sanctionering van de verkeerd geachte mening, ontnemen ze de mogelijkheid om mensen met écht foute opinies te overtuigen met rationele argumenten. Niemand

is ooit van mening veranderd door een boete. Repressie zorgt er enkel voor dat meningen ondergronds geduwd worden om later met nog meer agressie op te borrelen. Daarom zou de strijd tegen extremistische overtuigingen meer vruchten afwerpen door de wetsbepalingen af te schaffen die hun uiting bestraffen.

In de plaats moet vrije meningsuiting opnieuw absoluut worden, inclusief het recht op beledigen. Dat klinkt tegenintuïtief, maar de herinvoering van rationeel debat waar nu taboes, verontwaardiging en sanctionering heersen, zal op termijn meer mensen betrekken. Het is logisch dat je in een vrije samenleving ook zaken ziet en hoort die je liever niet waarneemt. Daarom verdient de confrontatie met fundamenteel andere perspectieven geen verontwaardiging, maar aanvaarding als essentieel onderdeel van democratische vrijheid.

Conflict is eigen aan politiek. Maar een hele generatie van toekomstige politici, opiniemakers én journalisten frequenteert bijna dagelijks een omgeving waar het doelbewust en vaak onredelijk aanvallen van de andersdenkende de norm is. Op termijn zet dit druk op het debat als hoeksteen van de democratie. Daarom moeten we terug naar de basis: een opendebatcultuur die foute opinies niet verwerpt als belediging of bestraft met boetes, maar ontkracht met rede.